
MUSEUM BISDOM VAN VLIET
Haastrecht
De Familie



|
Het Museum Bisdom van Vliet is het familiehuis van het patriciërsgeslacht Bisdom van Vliet. De geschiedenis van de familie Bisdom begint omstreeks 1550 met Jan Bisdom uit Crimpe (Krimpen aan de IJssel). De familie is van niet-adellijke geboorte, maar verkreeg de toevoeging van Vliet in 1755 door aankoop van de restanten van het slot te Vliet. Deze toevoeging is aan het eigendom, niet aan de geboorte gerelateerd. Het geslacht Bisdom van Vliet was een welvarende regentenfamilie waarvan verschillende leden invloedrijke functies vervulden zowel in de locale politiek als in de V.O.C. De familie had bezittingen in Noord- en Zuid-Holland, waaronder polders en heerlijkheden met de bijbehorende rechten (visrecht, molenrecht, tiendrecht). Naast handelaren telde het geslacht ook notabelen. Adriaan Bisdom (1664-1728), die zich als eerste in Haastrecht vestigde, was bijvoorbeeld notaris. Hij was het die in 1694 de enorme rode beuk plantte die nog steeds achter het huis staat. Verschillende leden van de familie hadden belangrijke bestuursfuncties in Haastrecht en de directe omgeving. Een van de zonen van Adriaan, Theodorus, was dijkgraaf van de Krimpenerwaard en burgemeester van Haastrecht. Verschillende telgen van het geslacht zouden zijn voorbeeld volgen. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het 'familiebedrijf' in de praktijk gerund door Paulina (portret linksboven) en haar moeder, Maria Elisabeth Knogh (portret links). Zij hielden de administratie bij, niet alleen van de huishoudelijke uitgaven, maar ook van de opbrengsten en uitgaven van alle bezittingen, terwijl vader Marcellus (portret linksonder) en echtgenoot Johan (portret rechtsboven) hun bestuursfuncties vervulden en zaken deden in Rotterdam en Den Haag. Na het overlijden van haar moeder in 1871 deed Paulina dit werk alleen. Toen haar echtgenoot overleed, in 1881, vervielen haar sociale verplichtingen en bestuurlijke contacten als burgemeestersvrouw, wat haar heel zwaar viel.
|
![]() ![]() |